info@leren-en-groeien.nl



Faalangst

Er wordt tegenwoordig veel van kinderen gevraagd. Niet zo gek dan ook dat er veel kinderen zijn die faalangst ontwikkelen. Naast gezonde spanning of nervositeit voor een bepaalde prestatie, kan het ook voorkomen dat een kind dusdanig overmand raakt door angst dat het belemmerd wordt om goed te presteren. In dat geval is er sprake van duidelijke faalangst. Faalangst kan optreden bij het leveren van te beoordelen prestaties op cognitief, sociaal-emotioneel of motorisch gebied.

Ontstaan

Hoewel het ene kind nu eenmaal gevoeliger is voor het ontwikkelen van faalangst dan het andere, spelen met name de ervaringen die het kind heeft een belangrijke rol bij het wel of niet ontwikkelen van faalangst. Kinderen met leerproblemen zoals dyslexie, ADHD of beelddenkers hebben dan ook een grotere kans op het ontwikkelen van faalangst. Maar ook kinderen met visuele disfunctie (geen goede samenwerking van de ogen) of kinderen die zich willen meten aan een broer of zus zijn vaak gevoeliger voor het ontwikkelen van faalangst. Het is belangrijk dat kinderen het gevoel krijgen dat ze gewaardeerd worden om wie ze zijn en niet om wat ze presteren. Hierdoor is er meer ruimte voor zelfvertrouwen en zal er een beter zelfbeeld ontstaan.

Verschillende vormen van faalangst

Faalangst komt op verschillende manieren voor en kan zich uiten door heel uiteenlopend gedrag. Kinderen kunnen zichzelf gaan overschreeuwen, de clown uithangen of overdreven de slappe lach krijgen, maar ook juist door het niet durven stellen van vragen of het krijgen van een black out. Op school kan faalangst bijvoorbeeld tot uiting komen door onderpresteren van een leerling, omdat de angst bestaat om niet goed genoeg te presteren. De angst zorgt ervoor dat ze het liever niet proberen dan dat ze het verkeerd doen. Andere leerlingen zullen door hun faalangst juist heel hard werken en onvoldoende afstand van hun schoolwerk nemen, waardoor zij onvoldoende aan ontspanning toekomen. Zij zijn voortdurend bezig met hun prestaties en hebben altijd het gevoel dat het niet goed genoeg is.

Omgaan met faalangst en hulp

Bij faalangst spelen de gedachten van het kind een belangrijke rol. Het kind heeft negatieve gedachten over zichzelf en de taak die gedaan moet worden. Dit leidt tot gevoelens van tekortschieten, waardeloosheid en angst. Vaak zijn de gedachten die kinderen met faalangst hebben zeer negatieve gedachten die niet reëel zijn. Door inzicht te krijgen in de negatieve gedachten en gevoelens die aan de angst ten grondslag liggen, deze gedachten te veranderen en reëler te maken kan een kind het leren beheersen. Het gevoel wat achter de angst zit kan weggenomen worden, waardoor de faalangst afneemt. Daarnaast leren kinderen ontspanningstechnieken.